Day 50 - Cooking Verbs
mengen (mescolare)
snijden (tagliare)
koken (cuocere)
koken (bollire)
frituren (friggere)
Advertisement
grillen (grigliare)
snijden (affettare)
versnipperen (sminuzzare)
kloppen (sbattere)
schillen (pelare)
raspen (grattugiare)
opdienen (impiattare)
kruiden (condire)
opdienen (servire)
opwarmen (scaldare)
opkloppen (montare)
bestrooien (cospargere)
marineren (marinare)
proeven (assaggiare)
hakken (tritare)
Day 50: Cooking Verbs