Day 42 - Directions and Prepositions
boven (above)
na (after)
tegen (against)
langs (along)
rondom (around)
aan (at)
voor (before)
achter (behind)
onder (beneath)
naast (beside)
tussen (between)
vanuit (by)
dicht bij (close to)
naar beneden (down)
oost (east)
vanuit (in)
voor (in front of)
binnen (inside)
vanuit (into)
links (left)
dichtbij (near)
naast (next to)
noorden (north)
op (on)
tegenover (opposite)
uit (out)
buiten (outside)
over (over)
voorbij (past)
rechts (right)
zuid (south)
doorheen (through)
vanuit (to)
richting (towards)
onder (under)
omhoog (up)
westen (west)
richtingen en voorzetsels (with)
binnen (within)
zonder (without)
Day 42: Directions and Prepositions