Nu oefenen
Spring er direct in — wij kiezen het beste werkwoord op basis van je voortgang
Linguarudos tip
Het Galicisch bewaart de Latijnse plusquamperfectum indicatief als een enkelvoudige tijd, anders dan de meeste andere Romaanse talen.
Over Galicisch-vervoeging
Galicische werkwoordvervoeging
Galicische werkwoorden volgen drie vervoegingspatronen (-ar, -er, -ir) met wortels stevig in het Vulgair Latijn. De taal deelt veel van haar werkwoordmorfologie met het Portugees, waarvan het historisch is afgeweken, waardoor wederzijds begrip tussen de twee relatief eenvoudig is.
Persoonlijke infinitief: Net als het Portugees bezit het Galicisch de persoonlijke infinitief (infinitivo conxugado) — een infinitiefvorm die persoonsuitgangen krijgt. Dit maakt constructies mogelijk zoals "Para nós sabermos" (Opdat wij zouden weten) die andere Romaanse talen met bijzinnen moeten uitdrukken.
Bewaarde Latijnse kenmerken: Het Galicisch behoudt het synthetische plusquamperfectum indicatief rechtstreeks uit het Latijn, een tijdvorm die in de meeste andere Romaanse talen verloren is gegaan, behalve het Portugees. Dit geeft het Galicisch een rijke set enkelvoudige (niet-samengestelde) tijden.