Afrikaans Woord van de dag
huis
/HAYS/ • noun — 1 mrt, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: huis
Voorbeelden
- Ek woon in 'n groot huis.
(Ik woon in een groot huis.) - Haar huis is pragtig versier.
(Haar huis is prachtig versierd.) - Wil jy by my huis kom kuier?
(Wil je bij mijn huis komen zitten?)
Synoniemen
- woning
- thuis
Dit woord wordt vaak gebruikt om een fysieke structuur aan te duiden waar mensen wonen en leven.
Spel van vandaag: Flashcards — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-04-18 | vergeet | niet meer (kunnen) herinneren; iets niet herinnere... |
| 2026-04-17 | kook | koken; voedsel bereiden met warmte of hitte |
| 2026-04-16 | skoon | schoon, netjes; vrij van vuil of vlekke; ook gebru... |
| 2026-04-15 | betaal | betalen; geld overhandigen om iets te krijgen of e... |
| 2026-04-14 | vinnig | snel; in korte tijd of met hoge snelheid |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!