Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
ConlangHub
huis.doc

Afrikaans Woord van de dag

huis

/HAYS/ • noun — 1 mrt, 2026


Luister naar uitspraak
Oefenen

Betekenis: huis

Voorbeelden

  1. Ek woon in 'n groot huis.
    (Ik woon in een groot huis.)
  2. Haar huis is pragtig versier.
    (Haar huis is prachtig versierd.)
  3. Wil jy by my huis kom kuier?
    (Wil je bij mijn huis komen zitten?)

Synoniemen

  • woning
  • thuis
Dit woord wordt vaak gebruikt om een fysieke structuur aan te duiden waar mensen wonen en leven.

Spel van vandaag: FlashcardsNu Spelen


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-04-18vergeetniet meer (kunnen) herinneren; iets niet herinnere...
2026-04-17kookkoken; voedsel bereiden met warmte of hitte
2026-04-16skoonschoon, netjes; vrij van vuil of vlekke; ook gebru...
2026-04-15betaalbetalen; geld overhandigen om iets te krijgen of e...
2026-04-14vinnigsnel; in korte tijd of met hoge snelheid

Bekijk volledig archief

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!