Afrikaans Woord van de dag
reis
/REIS/ • noun — 7 apr, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: een reis of verplaatsing van de ene plek naar de andere, vaak over een lange afstand.
Voorbeelden
- Ek gaan op 'n lang reis hierdie somer.
(Ik ga deze zomer op een lange reis.) - Die reis na die see was baie ontspannend.
(De reis naar de zee was zeer ontspannend.) - Hy maak 'n reis na Europa volgende jaar.
(Hij maakt volgend jaar een reis naar Europa.)
Synoniemen
- toer
- uitstap
Het woord 'reis' wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar vakanties, zakenreizen of andere soorten verplaatsingen over grotere afstanden.
Spel van vandaag: Vul de zin aan — Nu Spelen
Oefenen: Gebruik dit woord in een gesprek met Linguarudo →
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-04-06 | gezondheid | De staat van fysiek en mentaal welzijn. |
| 2026-04-05 | voedsel | iets dat gegeten wordt om energie en voeding te bi... |
| 2026-04-04 | geluk | de toestand van blijdschap of voorspoed; het hebbe... |
| 2026-04-03 | geleentheid | een kans of mogelijkheid om iets te doen |
| 2026-04-02 | ondersteun | iemand of iets helpen of bijstaan |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Inloggen om te Abonneren« Apr 67 apr, 2026
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!
Inloggen om te Abonneren