Afrikaans Woord van de dag
afspraak
/AF-spraak/ • selfstandignaamwoord (noun) — 24 apr, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: een afspraak, ontmoeting of afspraakstermijn (bijvoorbeeld bij de dokter of voor een vergadering)
Voorbeelden
- Ek het môre 'n afspraak by die tandarts.
(Ik heb morgen een afspraak bij de tandarts.) - Ons het 'n afspraak om twee-uur in die middag.
(We hebben een afspraak om twee uur 's middags.) - Kan ons 'n nuwe afspraak maak vir volgende week?
(Kunnen we een nieuwe afspraak maken voor volgende week?)
Synoniemen
- ontmoeting
- byeenkoms
Word gebruik voor zowel formele als informele afspraken. Gangbare uitdrukkings: 'n afspraak maak (een afspraak maken), by die afspraak wees (op de afspraak aanwezig zijn) en 'afspraak kanselleer' (afspraak afzeggen). Uitspraak legt gewoonlijk klem op die eerste lettergreep (AF-spraak).
Spel van vandaag: Flashcards — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-04-23 | toemaak | sluiten; iets dichtdoen (bijvoorbeeld een deur, ra... |
| 2026-04-22 | binne | binnen; op of naar de binnenkant; ook: binnen (tij... |
| 2026-04-21 | bakkie | kleine vrachtwagen / pick-up; informeel ook: een k... |
| 2026-04-20 | verstaan | begrijpen; iets horen en de betekenis ervan begrij... |
| 2026-04-19 | eerlik | eerlijk; oprecht; niet liegend of bedrieglijk |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
« 23 apr24 apr, 2026
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!