Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
ConlangHub
pluja.doc

Catalaans Woord van de dag

pluja

/PLU-ya/ • zelfstandig naamwoord — 10 apr, 2026


Luister naar uitspraak
Oefenen

Betekenis: regen; neerslag in de vorm van waterdruppels die uit de lucht valt

Voorbeelden

  1. Hi ha pluja intermitent durant tot el matí.
    (Er is afwisselende regen gedurende de hele ochtend.)
  2. Porta un paraigua; pot haver-hi pluja aquesta tarda.
    (Neem een paraplu mee; er kan vanmiddag regen zijn.)
  3. La pluja va parar a mitjan vespre.
    (De regen stopte halverwege de avond.)

Synoniemen

  • ruixat
  • xàfec
  • plugim
Het woord 'pluja' gebruik je voor regen in het algemeen. Voor korte, hevige buien kun je 'xàfec' gebruiken; voor motregen 'plugim' of 'pluja fina'. Het bijbehorende werkwoord is 'ploure' (bijvoorbeeld: 'Plou' = het regent). In zinnen staat het vaak met het bepaalde lidwoord ('la pluja') of gecombineerd met voorzetsels zoals 'hi ha' of 'pot haver-hi'.

Spel van vandaag: Woorden koppelenNu Spelen


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-05-06llibreboek; een verzameling bedrukte of geschreven pagin...
2026-05-05casahuis; woning; ook gebruikt voor 'thuis' in de zin ...
2026-05-04aranu; op dit moment
2026-05-03semprealtijd; op elk moment, zonder uitzondering
2026-05-02pensardenken; van mening zijn; overwegen

Bekijk volledig archief

« 9 apr10 apr, 202611 apr »

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!