Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
ConlangHub
hjem.doc

Danish Woord van de dag

hjem

/JEM/ • zelfstandig naamwoord — 14 apr, 2026


Luister naar uitspraak
Oefenen

Betekenis: thuis; de plaats waar je woont of naar terugkeert

Voorbeelden

  1. Jeg går hjem.
    (Ik ga naar huis.)
  2. Hun kom endelig hjem i går.
    (Ze kwam gisteren eindelijk thuis.)
  3. Vi skal finde et nyt hjem.
    (We moeten een nieuw thuis vinden.)

Synoniemen

  • bolig
  • hjemsted
  • hus
»Hjem« wordt gebruikt als zelfstandig naamwoord: plaats waar je woont of naar terugkeert. Gebruik het vaak met werkwoorden van beweging (gå hjem, komme hjem). Voor 'thuis' als bijwoord gebruik je 'hjemme' (Jeg er hjemme = Ik ben thuis). Bijvoorbeeld: 'Jeg går hjem' (ik ga naar huis) versus 'Jeg er hjemme' (ik ben thuis).

Spel van vandaag: Vul de zin aanNu Spelen


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-04-13hjælphulp; assistentie of ondersteuning die je krijgt o...
2026-04-12forståbegrijpen; iets kunnen volgen of doorzien
2026-04-11undskyldsorry / excuseer; wordt gebruikt om je te verontsc...
2026-04-10takbedankt; een korte, alledaagse manier om dankbaarh...
2026-04-09pengegeld; middelen die gebruikt worden om te betalen

Bekijk volledig archief

« Apr 1314 apr, 2026

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!