Deens Woord van de dag
hus
/HUS/ • noun — 8 mrt, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: een gebouw waarin mensen wonen of werken
Voorbeelden
- Jeg bor i et hyggeligt hus.
(Ik woon in een gezellig huis.) - Huset har en stor have.
(Het huis heeft een grote tuin.) - Vi skal male huset i en lys farve.
(We gaan het huis in een lichte kleur verven.)
Synoniemen
- bygning
- bolig
Het woord 'hus' wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar een woning of een structuur waarin mensen wonen. Het is een basiswoord in het Deens dat in dagelijkse gesprekken vaak voorkomt.
Spel van vandaag: Tijdrace — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-05-06 | sende | versturen; iets naar iemand sturen (bijvoorbeeld e... |
| 2026-05-05 | stadig | nog steeds; geeft aan dat iets blijft voortduren |
| 2026-05-04 | drikke | drinken; vloeistof tot zich nemen |
| 2026-05-03 | bruge | gebruiken; iets inzetten of benutten om een doel t... |
| 2026-05-02 | spørge | vragen; om informatie vragen of iets aan iemand vr... |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!