Danish Woord van de dag
hjem
/JEM/ • zelfstandig naamwoord — 14 apr, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: thuis; de plaats waar je woont of naar terugkeert
Voorbeelden
- Jeg går hjem.
(Ik ga naar huis.) - Hun kom endelig hjem i går.
(Ze kwam gisteren eindelijk thuis.) - Vi skal finde et nyt hjem.
(We moeten een nieuw thuis vinden.)
Synoniemen
- bolig
- hjemsted
- hus
»Hjem« wordt gebruikt als zelfstandig naamwoord: plaats waar je woont of naar terugkeert. Gebruik het vaak met werkwoorden van beweging (gå hjem, komme hjem). Voor 'thuis' als bijwoord gebruik je 'hjemme' (Jeg er hjemme = Ik ben thuis). Bijvoorbeeld: 'Jeg går hjem' (ik ga naar huis) versus 'Jeg er hjemme' (ik ben thuis).
Spel van vandaag: Vul de zin aan — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-04-13 | hjælp | hulp; assistentie of ondersteuning die je krijgt o... |
| 2026-04-12 | forstå | begrijpen; iets kunnen volgen of doorzien |
| 2026-04-11 | undskyld | sorry / excuseer; wordt gebruikt om je te verontsc... |
| 2026-04-10 | tak | bedankt; een korte, alledaagse manier om dankbaarh... |
| 2026-04-09 | penge | geld; middelen die gebruikt worden om te betalen |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
« Apr 1314 apr, 2026
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!