Danish Woord van de dag
hus
/HUS/ • zelfstandig naamwoord — 16 apr, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: huis (een gebouw waarin mensen wonen)
Voorbeelden
- Mit hus ligger tæt på parken.
(Mijn huis ligt dicht bij het park.) - Vi maler huset i lyse farver.
(We verven het huis in lichte kleuren.) - Der er en garage bag huset.
(Er is een garage achter het huis.)
Synoniemen
- bolig
- ejendom
Gebruik 'hus' wanneer je spreekt over het fysieke gebouw waar iemand woont of een gebouw als adres. 'Bolig' is algemener en kan meer formeel verwijzen naar een woonruimte, terwijl 'ejendom' vaker in juridische of onroerendgoedcontexten wordt gebruikt.
Spel van vandaag: Flashcards — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-04-15 | vindue | raam; een opening in een muur met glas waardoor je... |
| 2026-04-14 | hjem | thuis; de plaats waar je woont of naar terugkeert |
| 2026-04-13 | hjælp | hulp; assistentie of ondersteuning die je krijgt o... |
| 2026-04-12 | forstå | begrijpen; iets kunnen volgen of doorzien |
| 2026-04-11 | undskyld | sorry / excuseer; wordt gebruikt om je te verontsc... |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
« Apr 1516 apr, 2026
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!