Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
ConlangHub
hus.doc

Deens Woord van de dag

hus

/HUS/ • zelfstandig naamwoord — 16 apr, 2026


Luister naar uitspraak
Oefenen

Betekenis: huis (een gebouw waarin mensen wonen)

Voorbeelden

  1. Mit hus ligger tæt på parken.
    (Mijn huis ligt dicht bij het park.)
  2. Vi maler huset i lyse farver.
    (We verven het huis in lichte kleuren.)
  3. Der er en garage bag huset.
    (Er is een garage achter het huis.)

Synoniemen

  • bolig
  • ejendom
Gebruik 'hus' wanneer je spreekt over het fysieke gebouw waar iemand woont of een gebouw als adres. 'Bolig' is algemener en kan meer formeel verwijzen naar een woonruimte, terwijl 'ejendom' vaker in juridische of onroerendgoedcontexten wordt gebruikt.

Spel van vandaag: FlashcardsNu Spelen


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-05-06sendeversturen; iets naar iemand sturen (bijvoorbeeld e...
2026-05-05stadignog steeds; geeft aan dat iets blijft voortduren
2026-05-04drikkedrinken; vloeistof tot zich nemen
2026-05-03brugegebruiken; iets inzetten of benutten om een doel t...
2026-05-02spørgevragen; om informatie vragen of iets aan iemand vr...

Bekijk volledig archief

« 15 apr16 apr, 202617 apr »

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!