Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
ConlangHub
tisch.doc

German Woord van de dag

tisch

/TISCH/ • noun — 10 mrt, 2026


Luister naar uitspraak
Oefenen

Betekenis: een meubelstuk met een vlakke bovenkant en poten, gebruikt om dingen op te plaatsen of aan te eten.

Voorbeelden

  1. Der Tisch ist aus Holz.
    (De tafel is van hout.)
  2. Ich habe den Tisch gedeckt.
    (Ik heb de tafel gedekt.)
  3. Wir sitzen am Tisch und essen gemeinsam.
    (We zitten aan de tafel en eten samen.)

Synoniemen

  • Tafel
  • Tischplatte
Het woord 'tisch' wordt vaak gebruikt in de context van meubels, vooral in combinatie met andere woorden zoals 'essen' of 'arbeiten', waar een tafel als centrale plek dient.

Spel van vandaag: WoordzoekerNu Spelen


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-04-28bezahlenbetalen; geld geven voor goederen of diensten
2026-04-27begrüßeniemand welkom heten of hallo zeggen; iemand begroe...
2026-04-26teilnehmendeelnemen; ergens aan meedoen (bijvoorbeeld aan ee...
2026-04-25vereinbarenafspreken; overeenkomen (iets regelen of vastlegge...
2026-04-24verschiebeniets verplaatsen of uitstellen (bijv. een afspraak...

Bekijk volledig archief

« 9 mrt10 mrt, 202612 mrt »

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!