Esperanto Woord van de dag
tago
/TA-go/ • noun — 25 mrt, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: een periode van 24 uur; een kalenderperiode die begint bij middernacht.
Voorbeelden
- Hodiaŭ estas tre bela tago.
(Vandaag is het een zeer mooie dag.) - Mi laboras kvin tagojn semajne.
(Ik werk vijf dagen per week.) - Post unu tago, mi revenos hejmen.
(Na één dag zal ik terugkomen.)
Synoniemen
- loko
- tempo
Het woord 'tag' wordt vaak gebruikt in dagelijkse gesprekken om naar een specifieke dag of periode te verwijzen. Het kan ook in bredere zin worden gebruikt om een tijdsduur aan te duiden.
Spel van vandaag: Kruiswoordpuzzels — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-04-19 | vidi | zien; met de ogen waarnemen |
| 2026-04-18 | ŝlosi | iets op slot doen; vergrendelen met een sleutel of... |
| 2026-04-17 | labori | werken; arbeid verrichten (een baan hebben of een ... |
| 2026-04-16 | havi | hebben, bezitten; iets in bezit hebben of ervaren |
| 2026-04-15 | manĝi | eten; het consumeren van voedsel |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!