Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
ConlangHub
Archive.doc

Fins Woord van de dag

Alle vorige woorden66 woorden


DatumWoordTypeBetekenis
2026-05-05kävelläwerkwoordlopen; zich te voet verplaatsen; wandelen
2026-05-04lääkärisubstantief (noun)dokter; medisch specialist die mensen behandelt en advies geeft bij ziekte
2026-05-03sähköpostizelfstandig naamwoorde-mail; een elektronisch bericht dat je via internet verstuurt en ontvangt
2026-05-02vessazelfstandig naamwoordtoilet; informeel woord voor de WC of badkamer waar je naar het toilet gaat
2026-05-01tullawerkwoordkomen; naar een plek komen of optreden (ook in uitdrukkingen zoals 'komen om iets te doen' of 'iets te binnen schieten')
2026-04-30maksaawerkwoordbetalen; ook: (iets) kosten (een prijs hebben)
2026-04-29ostaawerkwoordkopen; iets tegen betaling verkrijgen
2026-04-28kylmäadjectiefkoud; van lage temperatuur, kan verwijzen naar weer, voorwerpen of het gevoel dat iemand heeft
2026-04-27apteekkizelfstandig naamwoordapotheek; winkel waar medicijnen en gezondheidsproducten worden verkocht, vaak ook receptgeneesmiddelen
2026-04-26kiirezelfstandig naamwoordhaast; drukte; situatie waarin je weinig tijd hebt
2026-04-25anteeksitussenwerpselsorry; excuseer/pardon — gebruikt om je te verontschuldigen of iemands aandacht te trekken
2026-04-24junazelfstandig naamwoordtrein (spoorvoertuig voor personenvervoer)
2026-04-23työpaikkazelfstandig naamwoord (noun)werkplek; de plaats of organisatie waar iemand werkt; kan ook 'baan' of 'functie' betekenen
2026-04-22syödäwerkwoordeten; voedsel in je lichaam opnemen (handelen: iets eten)
2026-04-21matkazelfstandig naamwoordreis; verplaatsing van de ene plaats naar de andere
2026-04-20nukkuawerkwoordslapen; liggen te slapen
2026-04-19odottaawerkwoordwachten; verblijven om op iemand of iets te wachten, ook: iets verwachten
2026-04-18auttaawerkwoordhelpen; iemand bijstaan of ondersteunen
2026-04-17ystäväzelfstandig naamwoordvriend; iemand met wie je een persoonlijke band hebt
2026-04-16kotizelfstandig naamwoordhuis; thuis, de plaats waar je woont en je thuis voelt

Advertisement

« Terug naar het woord van vandaag