Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
ConlangHub
vivre.doc

French Woord van de dag

vivre

/vi-VRE/ • werkwoord — 24 apr, 2026


Luister naar uitspraak
Oefenen

Betekenis: Leven; zowel 'wonen' (op een plek verblijven) als 'leven' in de zin van ervaringen hebben of een leven leiden.

Voorbeelden

  1. Je vis à Paris depuis trois ans.
    (Ik woon in Parijs sinds drie jaar.)
  2. Elle veut vivre une vie heureuse.
    (Ze wil een gelukkig leven leiden.)
  3. Nous devons vivre avec les conséquences.
    (We moeten met de gevolgen leven.)

Synoniemen

  • habiter
  • exister
  • demeurer
Gebruik 'vivre' voor algemeen 'leven' of 'wonen'. Voor puur adres/geografische woonplaats gebruik je vaak ook 'habiter' (j'habite à Lyon). 'Vivre' wordt ook gebruikt voor ervaringen: vivre une expérience, bien vivre. Let op de onregelmatige vormen: je vis, nous vivons, ils vivent, passé composé = j'ai vécu.

Spel van vandaag: Cijfer NinjaNu Spelen


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-04-23trouvervinden; iets of iemand ontdekken of lokaliseren, m...
2026-04-22commencerbeginnen; het starten van een handeling of activit...
2026-04-21arriveraankomen; gebeuren; ook: erin slagen (met 'arriver...
2026-04-20prochainvolgend(e); de volgende in tijd, volgorde of plaat...
2026-04-19partagerdelen (met anderen); iets geven of beschikbaar mak...

Bekijk volledig archief

« 23 apr24 apr, 2026

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!