German Woord van de dag — 1 mrt, 2026
Haus
/HAUS/ • noun
huis
Haus
Luister naar uitspraak
Advertisement
Voorbeelden
Ich wohne in einem großen Haus.
Ik woon in een groot huis.
Das Haus hat einen schönen Garten.
Het huis heeft een mooie tuin.
Wir bauen ein neues Haus.
Wij bouwen een nieuw huis.
Synoniemen
Gebäude
Wohnung
Gebruik
Het woord 'Haus' wordt veel gebruikt in het Duits om naar een woning of gebouw te verwijzen. Het is een algemeen term dat in veel contexten voorkomt.