Greek Woord van de dag
σπίτι
/SPI-ti/ • zelfstandig naamwoord — 3 mei, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: huis; thuis (plaats waar iemand woont)
Voorbeelden
- Μένω σε ένα μικρό σπίτι.
(Ik woon in een klein huis.) - Το σπίτι έχει έναν όμορφο κήπο.
(Het huis heeft een mooie tuin.) - Θα επιστρέψω σπίτι αργότερα.
(Ik kom later thuis.)
Synoniemen
- οικία
- κατοικία
σπίτι gebruik je zowel voor het fysieke huis als voor 'thuis' (de plek waar je woont). Veelvoorkomende uitdrukkingen zijn bijvoorbeeld «το σπίτι μου» (mijn huis) en «στο σπίτι» (thuis). In het Grieks is σπίτι een onzijdig woord (νευτέριο) en in spreektaal wordt het vaak zonder lidwoord gebruikt.
Spel van vandaag: Flashcards — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-05-02 | διαβάζω | lezen; ook gebruikt voor studeren (bestuderen van ... |
| 2026-05-01 | παιδί | kind |
| 2026-04-30 | βλέπω | zien; (iemand/iets) bekijken |
| 2026-04-29 | μπορώ | kunnen; in staat zijn of toestemming hebben om iet... |
| 2026-04-28 | τηλέφωνο | telefoon; toestel om te bellen |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
« 2 mei3 mei, 2026
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!