Italiaans Woord van de dag
Alle vorige woorden — 64 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-05-04 | sapere | werkwoord | weten; ook 'kunnen' in combinatie met een infinitief (bijv. 'so di nuotare' = ik kan zwemmen) |
| 2026-05-03 | sempre | bijwoord | altijd; voortdurend; op elk moment |
| 2026-05-02 | piacere | werkwoord | houden van; leuk vinden; aangenaam zijn |
| 2026-05-01 | biglietto | zelfstandig naamwoord (mannelijk) | kaartje; toegangsbewijs of vervoersbewijs (bv. trein, bus, bioscoop) |
| 2026-04-30 | subito | bijwoord | onmiddellijk; meteen; zonder uitstel |
| 2026-04-29 | strada | zelfstandig naamwoord (noun) | straat; weg; openbare weg of straat in een stad of tussen plaatsen |
| 2026-04-28 | volere | werkwoord | willen; uitdrukken van een wens, verlangen of intentie |
| 2026-04-27 | dormire | werkwoord | slapen |
| 2026-04-26 | chiudere | werkwoord | sluiten; iets dichtmaken (bijv. een deur, raam of winkel) |
| 2026-04-25 | bere | werkwoord (verb) | drinken; de handeling van vloeistof innemen |
| 2026-04-24 | arrivare | werkwoord (verbo) | aankomen; arriveren |
| 2026-04-23 | mettere | werkwoord | leggen/zetten/doen; iets op een plek plaatsen of iets veroorzaken |
| 2026-04-22 | comprare | werkwoord | kopen; iets aanschaffen in ruil voor geld |
| 2026-04-21 | aprire | werkwoord | openen; iets toegankelijk maken (bv. een deur, raam, bestand of een zaak) |
| 2026-04-20 | pagare | werkwoord | betalen (geld geven of overmaken voor een product of dienst) |
| 2026-04-19 | andare | werkwoord | gaan; zich verplaatsen naar een andere plaats |
| 2026-04-18 | trovare | werkwoord | vinden; iets of iemand ontdekken of tegenkomen |
| 2026-04-17 | aiutare | werkwoord | helpen; iemand bijstaan of ondersteuning geven |
| 2026-04-16 | vicino | bijvoeglijk naamwoord / zelfstandig naamwoord | dichtbij; als zelfstandig naamwoord ook 'buurman' of 'buurvrouw' |
| 2026-04-15 | uscire | werkwoord | naar buiten gaan; weggaan; uitgaan (ook in sociale zin: op stap gaan) |
Advertisement