Latin Woord van de dag
domus
/DO-mus/ • zelfstandig naamwoord — 18 apr, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: huis; thuis; woonplaats (vaak met de nadruk op het familiale thuis)
Voorbeelden
- Domus mea parva est.
(Mijn huis is klein.) - Ad domum celeriter ambulamus.
(We lopen snel naar huis.) - Domi maneo et libris studeo.
(Ik blijf thuis en studeer met boeken.)
Synoniemen
- aedes
- casa
Domus wordt vaak gebruikt voor het familiale thuis. Let op de verschillende vormen: domus (nominatief), domum (richting: 'naar huis'), domi (locatief/adverbium: 'thuis'), en in domo (in het huis). 'Aedes' is meer klassiek/formeel (ook meervoudelijk gebruikt voor gebouwen), 'casa' komt meer informeel/poëtisch uit het Vulgaire Latijn.
Spel van vandaag: Woordbouwer — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-04-17 | labor | werk, arbeid; moeite, inspanning |
| 2026-04-16 | via | weg; route; ook figuurlijk: manier of weg om iets ... |
| 2026-04-15 | video | zien; waarnemen met de ogen; ook figuurlijk: (iets... |
| 2026-04-14 | venio | komen; arriveren |
| 2026-04-13 | habere | hebben; bezitten, houden |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
« 17 apr18 apr, 2026
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!