Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
ConlangHub
tempus.doc

Latin Woord van de dag

tempus

/TEM-pus/ • zelfstandig naamwoord (neutrum, 3e declinatie) — 24 apr, 2026


Luister naar uitspraak
Oefenen

Betekenis: tijd; periode, moment

Voorbeelden

  1. Tempus fugit.
    (De tijd vliegt.)
  2. Multum tempus in studiis consumo.
    (Ik besteed veel tijd aan studie.)
  3. Tempore libero libros lego.
    (In mijn vrije tijd lees ik boeken.)

Synoniemen

  • aevum
  • hora
  • momentum
Tempus wordt heel algemeen gebruikt voor 'tijd' en voor periodes of momenten. Voor een uur gebruik je eerder 'hora', voor een langere periode 'aevum' of 'saeculum'. In tempore (ablativus) betekent 'in de tijd van' of 'in ... tijd'. Veel Latijnse uitdrukkingen gebruiken tempus, bijvoorbeeld 'tempus fugit' (de tijd vliegt).

Spel van vandaag: KruiswoordpuzzelsNu Spelen


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-04-23cibusvoedsel, eten; algemeen woord voor wat mensen of d...
2026-04-22parareklaarmaken; voorbereiden; (ook) verkrijgen
2026-04-21essezijn; bestaan; (koppel)werkwoord
2026-04-20audirehoren; luisteren (naar iemand of iets)
2026-04-19salvehallo; begroeting gericht aan één persoon

Bekijk volledig archief

« 23 apr24 apr, 2026

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!