Latijn Woord van de dag
domus
/DO-mus/ • zelfstandig naamwoord — 6 jun, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: huis, thuis; het gebouw of de plaats waar iemand woont
Voorbeelden
- Domus est locus ubi quisque se tutum sentit.
(Het huis is de plaats waar iedereen zich veilig voelt.) - Mater cenam in domo parat.
(Moeder bereidt het eten in huis.) - Domi familia saepe una cenat et cantat.
(Thuis eet de familie vaak samen en zingt.)
Synoniemen
Klik op een synoniem om te zien hoe het zich verhoudt tot domus.
Domus wordt gebruikt voor zowel 'huis' als 'thuis' en kan zowel het gebouw als het huishouden aanduiden. Let op de onregelmatige vormen: domi = 'thuis' (locatief), domum = 'naar huis' (accusatief richting), en genitief soms domūs of domī. In klassiek Latijn wordt ook vaak aedes (meestal meervoud) of casa (meer volkstaal/latijnse spreektaal) als synoniem gebruikt.
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-07-21 | facere | doen; maken |
| 2026-07-20 | magnus | groot, belangrijk of aanzienlijk |
| 2026-07-19 | fortis | sterk, dapper, moedig |
| 2026-07-18 | celer | snel; vlug |
| 2026-07-17 | vidēre | zien; waarnemen met het oog |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!