Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Chat
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
domus.doc

Latijn Woord van de dag

domus

/DO-mus/ • zelfstandig naamwoord — 6 jun, 2026


Luister naar uitspraak
Oefenen

Betekenis: huis, thuis; het gebouw of de plaats waar iemand woont

Voorbeelden

  1. Domus est locus ubi quisque se tutum sentit.
    (Het huis is de plaats waar iedereen zich veilig voelt.)
  2. Mater cenam in domo parat.
    (Moeder bereidt het eten in huis.)
  3. Domi familia saepe una cenat et cantat.
    (Thuis eet de familie vaak samen en zingt.)

Synoniemen

Klik op een synoniem om te zien hoe het zich verhoudt tot domus.

Domus wordt gebruikt voor zowel 'huis' als 'thuis' en kan zowel het gebouw als het huishouden aanduiden. Let op de onregelmatige vormen: domi = 'thuis' (locatief), domum = 'naar huis' (accusatief richting), en genitief soms domūs of domī. In klassiek Latijn wordt ook vaak aedes (meestal meervoud) of casa (meer volkstaal/latijnse spreektaal) als synoniem gebruikt.


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-07-21faceredoen; maken
2026-07-20magnusgroot, belangrijk of aanzienlijk
2026-07-19fortissterk, dapper, moedig
2026-07-18celersnel; vlug
2026-07-17vidērezien; waarnemen met het oog

Bekijk volledig archief

« 5 jun6 jun, 20267 jun »

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!