Latijn Woord van de dag
amicus
/a-MI-cus/ • zelfstandig naamwoord (m.) — 8 jul, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: vriend; iemand met wie je een persoonlijke band en vertrouwen hebt
Voorbeelden
- Marcus est amicus meus.
(Marcus is mijn vriend.) - Amici mecum ambulant in horto.
(Vrienden wandelen met mij in de tuin.) - Verus amicus adest in periculis.
(Een echte vriend staat je bij in gevaar.)
Synoniemen
Klik op een synoniem om te zien hoe het zich verhoudt tot amicus.
Amicus is een veelgebruikt woord voor vriend of kameraad. Het is mannelijk: nominatief enkelvoud amicus, meervoud amici; vrouwelijke vorm is amica. In de omgangstaal zie je vaak constructies als amicus meus (mijn vriend) of verus amicus (echte vriend). De vocatief om iemand direct aan te spreken is amice.
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-07-10 | labor | arbeid; inspanning; werk; moeite |
| 2026-07-09 | domus | huis; thuis (woonplaats of huiselijk gezin) |
| 2026-07-07 | auxilium | hulp, bijstand; ook: hulpmiddel of steun |
| 2026-07-06 | aqua | water |
| 2026-07-05 | quaerere | zoeken; (ook) informeren/vragen in de zin van navr... |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!