Litouws Woord van de dag
šeima
/ŠEI-ma/ • zelfstandig naamwoord — 17 apr, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: familie; gezin (de groep van directe familieleden of het huishouden)
Voorbeelden
- Mano šeima gyvena Vilniuje.
(Mijn familie woont in Vilnius.) - Visa šeima susirinko švęsti močiutės gimtadienio.
(De hele familie kwam bijeen om de verjaardag van oma te vieren.) - Mūsų šeima kiekvieną vakarą valgo kartu.
(Ons gezin eet elke avond samen.)
Synoniemen
- giminė
- šeimyna
Žodis 'šeima' vartojamas tiek apie artimiausius šeimos narius (tėvai ir vaikai), tiek plačiau apie namų ūkius. 'Giminė' dažniau reiškia platesnę giminystės grandinę (tėvai, dėdės, tetos, pusbroliai). 'Šeima' yra neutralesnis ir kasdienis terminas.
Spel van vandaag: Woorden koppelen — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-05-06 | svarbu | belangrijk; van betekenis |
| 2026-05-05 | gerai | goed; prima; ok (als bijwoord of korte reactie) |
| 2026-05-04 | suprasti | begrijpen, snappen |
| 2026-05-03 | automobilis | motorvoertuig; meestal een personenauto |
| 2026-05-02 | ačiū | dank je / bedankt |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!