Luxembourgish Woord van de dag
haus
/HAUS/ • noun — 14 mrt, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: een gebouw waar mensen wonen; een woning.
Voorbeelden
- Ech wunn an engem schéinen Haus.
(Ik woon in een mooi huis.) - D'Haus ass ganz grouss.
(Het huis is heel groot.) - Si sinn an d'Haus gutt erakommen.
(Zij zijn goed in het huis binnengekomen.)
Synoniemen
- bauten
- wunneng
Het woord 'haus' wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar woningen, van kleine appartementen tot grote huizen.
Spel van vandaag: Flashcards — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-03-13 | mënsch | een persoon; een individu van de soort Homo sapien... |
| 2026-03-12 | freund | vriend |
| 2026-03-10 | léieren | het proces van het verwerven van kennis of vaardig... |
| 2026-03-09 | déi | deze (aanwijzend voornaamwoord voor de vrouwelijke... |
| 2026-03-08 | kaf | de actie van het kopen van iets, meestal in een wi... |
Ontvang deze per e-mail
« Mar 1314 mrt, 2026
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!
Gratis abonneren