Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
ConlangHub
haus.doc

Luxembourgish Woord van de dag

haus

/HAUS/ • noun — 14 mrt, 2026


Luister naar uitspraak

Betekenis: een gebouw waar mensen wonen; een woning.

Voorbeelden

  1. Ech wunn an engem schéinen Haus.
    (Ik woon in een mooi huis.)
  2. D'Haus ass ganz grouss.
    (Het huis is heel groot.)
  3. Si sinn an d'Haus gutt erakommen.
    (Zij zijn goed in het huis binnengekomen.)

Synoniemen

  • bauten
  • wunneng
Het woord 'haus' wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar woningen, van kleine appartementen tot grote huizen.

Spel van vandaag: FlashcardsNu Spelen


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-03-13mënscheen persoon; een individu van de soort Homo sapien...
2026-03-12freundvriend
2026-03-10léierenhet proces van het verwerven van kennis of vaardig...
2026-03-09déideze (aanwijzend voornaamwoord voor de vrouwelijke...
2026-03-08kafde actie van het kopen van iets, meestal in een wi...

Bekijk volledig archief

« Mar 1314 mrt, 2026

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!

Gratis abonneren