Luxembourgish Woord van de dag
haus
/HAUS/ • noun — 14 mrt, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: een gebouw waar mensen wonen; een woning.
Voorbeelden
- Ech wunn an engem schéinen Haus.
(Ik woon in een mooi huis.) - D'Haus ass ganz grouss.
(Het huis is heel groot.) - Si sinn an d'Haus gutt erakommen.
(Zij zijn goed in het huis binnengekomen.)
Synoniemen
- bauten
- wunneng
Het woord 'haus' wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar woningen, van kleine appartementen tot grote huizen.
Spel van vandaag: Flashcards — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-04-28 | nëmmen | alleen; slechts; gebruikt om aan te geven dat iets... |
| 2026-04-27 | firwat | waarom |
| 2026-04-26 | iessen | eten; voedsel opnemen |
| 2026-04-25 | drénken | drinken; vocht innemen (bijvoorbeeld water, koffie... |
| 2026-04-24 | Schoul | school (onderwijsinstelling; plaats waar kinderen ... |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!