Norwegian Woord van de dag
hus
/HUS/ • noun — 7 mrt, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: gebouw waarin mensen wonen, oftewel een woning
Voorbeelden
- Jeg bor i et stort hus.
(Ik woon in een groot huis.) - Det er mye plass i huset.
(Er is veel ruimte in het huis.) - Huset mitt har en stor hage.
(Mijn huis heeft een grote tuin.)
Synoniemen
- bygning
- bolig
Het woord 'hus' wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar woonhuizen in dagelijkse gesprekken.
Spel van vandaag: Kruiswoordpuzzels — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-04-17 | spise | eten (werkwoord): het nuttigen van voedsel |
| 2026-04-16 | åpne | openen; iets toegankelijk maken of iets openen, zo... |
| 2026-04-15 | lukke | sluiten; iets dichtmaken of beëindigen |
| 2026-04-14 | buss | bus (autobus); openbaar vervoermiddel over de weg |
| 2026-04-13 | billett | kaartje voor vervoer of toegang (bijv. trein, bus,... |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!