Portugees Woord van de dag
Alle vorige woorden — 65 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-05-04 | ligar | werkwoord | 1) iets aanzetten (bijv. licht, apparaat). 2) iemand bellen (telefoneren). 3) informeel: ergens om geven / aandacht aan besteden (bijv. 'não ligar'). |
| 2026-05-03 | janela | noun | een raam; een opening in een muur met glas om licht, lucht en zicht naar buiten te geven |
| 2026-05-02 | precisar | werkwoord | nodig hebben; moeten (doen). 'precisar de algo' = iets nodig hebben; 'precisar' + infinitief = iets moeten doen |
| 2026-05-01 | fazer | werkwoord | doen; maken |
| 2026-04-30 | lembrar | werkwoord | zich iets herinneren; iemand aan iets herinneren; onthouden |
| 2026-04-29 | conversar | werkwoord | praten met iemand; een gesprek voeren |
| 2026-04-28 | andar | werkwoord | lopen; zich te voet verplaatsen; ook gebruikt om de toestand of voortgang van iets aan te geven |
| 2026-04-27 | vestir | werkwoord | kleding aantrekken; een kledingstuk aandoen |
| 2026-04-26 | descansar | werkwoord | rusten; energie terugwinnen door ontspanning of slaap |
| 2026-04-25 | perto | adjective / adverb | dichtbij; op korte afstand |
| 2026-04-24 | entrar | werkwoord | naar binnen gaan; binnenkomen |
| 2026-04-23 | sair | werkwoord | weggaan; vertrekken; (ook) uitgaan in sociale context |
| 2026-04-22 | chegar | werkwoord | aankomen; arriveren op een plek of op een bepaald tijdstip |
| 2026-04-21 | pagar | werkwoord | betalen; een prijs of rekening voldoen voor goederen of diensten |
| 2026-04-20 | ajudar | werkwoord | helpen; iemand ondersteuning of hulp bieden |
| 2026-04-19 | levar | werkwoord | meenemen; iets van de ene plaats naar een andere brengen |
| 2026-04-18 | lugar | zelfstandig naamwoord (substantivo) | plek, plaats; locatie. Kan zowel een fysieke plaats als een figuurlijke positie betekenen. |
| 2026-04-17 | talvez | bijwoord | misschien; drukt onzekerheid of mogelijkheid uit. |
| 2026-04-16 | comer | werkwoord | eten; voedsel innemen of consumeren |
| 2026-04-15 | fechar | werkwoord | sluiten; iets dichtmaken (bijv. deur, venster, doos of een zaak beëindigen) |
Advertisement