Slovene Woord van de dag
čas
/ČAS/ • zelfstandig naamwoord — 30 apr, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: tijd; periode; de duur tussen gebeurtenissen
Voorbeelden
- Ali imaš čas?
(Heb je tijd?) - Koliko časa traja potovanje do Ljubljane?
(Hoelang duurt de reis naar Ljubljana?) - Čas hitro beži, ko se zabavaš.
(De tijd vliegt als je plezier hebt.)
Synoniemen
- ura
- obdobje
Beseda 'čas' uporabite, ko govorite o času na splošno ali o trajanju (npr. 'imeti čas', 'koliko časa', 'vzeti si čas'). Pogoste besedne zveze: 'imeti čas' (tijd hebben), 'vzeti si čas' (de tijd nemen), 'čez čas' (na den duur/later).
Spel van vandaag: Flashcards — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-04-29 | vlak | trein |
| 2026-04-28 | avto | auto, wagen; voertuig dat gebruikt wordt voor pers... |
| 2026-04-27 | stanovanje | een woning binnen een gebouw, meestal met eigen ke... |
| 2026-04-26 | sosed | buur; persoon die naast of in de buurt van jouw wo... |
| 2026-04-25 | delati | werken; doen |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
« 29 apr30 apr, 2026
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!