Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Chat
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
vivir.doc

Spaans Woord van de dag

vivir

/vi-VIR/ • werkwoord — 7 jun, 2026


Luister naar uitspraak
Vervoegen
Oefenen

Betekenis: leven; wonen (op een bepaalde plaats verblijven)

Voorbeelden

  1. Vivo en Ámsterdam desde hace cinco años.
    (Ik woon al vijf jaar in Amsterdam.)
  2. Quiero vivir sencillamente y disfrutar del tiempo libre.
    (Ik wil eenvoudig leven en genieten van mijn vrije tijd.)
  3. ¿Cómo viviste aquella experiencia?
    (Hoe heb je die ervaring beleefd?)

Synoniemen

Klik op een synoniem om te zien hoe het zich verhoudt tot vivir.

Vivir wordt zowel gebruikt om aan te geven waar iemand woont (vivir en + plaats) als om te spreken over het ervaren of doorleven van situaties (vivir una experiencia). Het is een regelmatig werkwoord op -ir: yo vivo, tú vives, él vive. In spreektaal kom je ook uitdrukkingen tegen zoals 'vivir la vida' (het leven leven).


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-07-16empezarbeginnen; starten
2026-07-15hablarpraten, spreken; woorden gebruiken om te communice...
2026-07-14saberweten; kennis hebben van feiten of informatie; ook...
2026-07-13viajarreizen; van de ene plaats naar de andere gaan, vaa...
2026-07-12escucharluisteren (naar); actief aandacht geven aan geluid...

Bekijk volledig archief

« 6 jun7 jun, 20268 jun »

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!