Spaans Woord van de dag
vivir
/vi-VIR/ • werkwoord — 7 jun, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: leven; wonen (op een bepaalde plaats verblijven)
Voorbeelden
- Vivo en Ámsterdam desde hace cinco años.
(Ik woon al vijf jaar in Amsterdam.) - Quiero vivir sencillamente y disfrutar del tiempo libre.
(Ik wil eenvoudig leven en genieten van mijn vrije tijd.) - ¿Cómo viviste aquella experiencia?
(Hoe heb je die ervaring beleefd?)
Synoniemen
Klik op een synoniem om te zien hoe het zich verhoudt tot vivir.
Vivir wordt zowel gebruikt om aan te geven waar iemand woont (vivir en + plaats) als om te spreken over het ervaren of doorleven van situaties (vivir una experiencia). Het is een regelmatig werkwoord op -ir: yo vivo, tú vives, él vive. In spreektaal kom je ook uitdrukkingen tegen zoals 'vivir la vida' (het leven leven).
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-07-16 | empezar | beginnen; starten |
| 2026-07-15 | hablar | praten, spreken; woorden gebruiken om te communice... |
| 2026-07-14 | saber | weten; kennis hebben van feiten of informatie; ook... |
| 2026-07-13 | viajar | reizen; van de ene plaats naar de andere gaan, vaa... |
| 2026-07-12 | escuchar | luisteren (naar); actief aandacht geven aan geluid... |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!