Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Chat
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
viajar.doc

Spaans Woord van de dag

viajar

/vi-a-JAR/ • werkwoord — 13 jul, 2026


Luister naar uitspraak
Oefenen

Betekenis: reizen; van de ene plaats naar de andere gaan, vaak voor vrije tijd of werk

Voorbeelden

  1. Voy a viajar a España el próximo mes.
    (Ik ga volgende maand naar Spanje reizen.)
  2. Nos gusta viajar en tren porque es cómodo.
    (We reizen graag met de trein omdat het comfortabel is.)
  3. Ella sueña con viajar por el mundo.
    (Zij droomt ervan om de wereld rond te reizen.)

Synoniemen

Klik op een synoniem om te zien hoe het zich verhoudt tot viajar.

Antoniemen

  • quedarse
  • permanecer
Viajar is een regelmatig -ar werkwoord en wordt gebruikt voor fysieke verplaatsingen (bv. viajar en avión, viajar en coche) en ook figuurlijk (bv. viajar en la imaginación). Gebruik: 'viajar a' + bestemming (viajar a Madrid) en 'viajar por' + gebied of route (viajar por Europa). Conjugaties: viajo, viajas, viaja, viajamos, viajáis, viajan.


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-07-12escucharluisteren (naar); actief aandacht geven aan geluid...
2026-07-11ayudariemand helpen; bijstaan of ondersteunen
2026-07-10recordarzich iets herinneren; iets in gedachten terughalen...
2026-07-09enseñariemand iets leren; iets laten zien (zowel 'doceren...
2026-07-08cocinareten bereiden; koken

Bekijk volledig archief

« 12 jul13 jul, 2026

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!