Swedish Woord van de dag
Alle vorige woorden — 54 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-04-23 | tillbaka | bijwoord | terug; geeft aan dat iemand of iets naar een vorige plaats of toestand terugkeert |
| 2026-04-22 | förstå | verb | begrijpen; iets snappen of inzien |
| 2026-04-21 | ofta | bijwoord | vaak; met regelmatige frequentie |
| 2026-04-20 | rolig | adjectiv | leuk, grappig of plezierig; iets dat vermaak of plezier geeft |
| 2026-04-19 | välja | verb | kiezen; een optie of persoon uit een groep selecteren |
| 2026-04-18 | bruka | verb | gewoonlijk (iets) doen; gebruikt om een gewoonte of regelmatige handeling aan te geven |
| 2026-04-17 | skynda | verb | zich haasten; sneller doen |
| 2026-04-16 | köra | verb | rijden, besturen (bijv. een auto); ook gebruiken in uitdrukkingen zoals 'köra igång' = beginnen |
| 2026-04-15 | vänta | verb | wachten; niet direct doorgaan maar blijven tot iets gebeurt of iemand komt |
| 2026-04-14 | försöka | werkwoord | proberen; een poging doen om iets te bereiken of te voltooien |
| 2026-04-13 | behöva | verb | nodig hebben; iets nodig zijn of noodzakelijk zijn |
| 2026-04-12 | kanske | bijwoord | misschien; geeft aan dat iets mogelijk is, maar niet zeker |
| 2026-04-11 | fika | zelfstandig naamwoord (kan ook als werkwoord gebruikt worden) | koffiepauze; een sociale pauze waarin men koffie of thee drinkt en vaak iets zoets eet |
| 2026-04-10 | låna | verb | lenen; iets tijdelijk van iemand gebruiken (niet uitlenen) |
| 2026-04-09 | börja | verb | beginnen; starten |
| 2026-04-08 | förlåt | interjektion (ook imperatief van het werkwoord 'förlåta') | Een uitroep om je te verontschuldigen of om vergiffenis te vragen; betekent zoiets als 'het spijt me' of 'sorry'. |
| 2026-04-07 | platå | noun | Een vlak stuk land dat hoger ligt dan de omgeving. |
| 2026-04-06 | vänliga | adjective | vriendelijk, beleefd |
| 2026-04-05 | problems | noun | problemen |
| 2026-04-04 | härlig | adjectief | heerlijk; iets dat plezierig of aangenaam is |
Advertisement