Turks Woord van de dag
Alle vorige woorden — 65 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-05-04 | beklemek | werkwoord | wachten; ergens blijven totdat iets gebeurt of iemand komt |
| 2026-05-03 | öğretmen | zelfstandig naamwoord | iemand die lesgeeft; leraar of lerares |
| 2026-05-02 | arkadaş | zelfstandig naamwoord | vriend; kameraad; iemand met wie je een persoonlijke band hebt |
| 2026-05-01 | şehir | noun | stad; een grotere woonplaats, meestal groter dan een dorp |
| 2026-04-30 | hastane | zelfstandig naamwoord | ziekenhuis |
| 2026-04-29 | kitap | zelfstandig naamwoord | boek; een verzameling geschreven of gedrukte bladen die tot één werk gebonden zijn |
| 2026-04-28 | pencere | zelfstandig naamwoord | raam (het opening in een muur met glas) |
| 2026-04-27 | çanta | noun | tas; voorwerpen waarin je spullen draagt (handtas, rugzak, enz.) |
| 2026-04-26 | bakkal | zelfstandig naamwoord | kleine buurtwinkel of kruidenierszaak waar je dagelijks boodschappen koopt |
| 2026-04-25 | araba | zelfstandig naamwoord | auto; motorvoertuig dat mensen vervoert |
| 2026-04-24 | tamam | tussenwerpsel | oké; in orde; voltooid |
| 2026-04-23 | saat | noun | uur; klok; horloge |
| 2026-04-22 | yarın | bijwoord (kan ook als zelfstandig naamwoord gebruikt worden) | morgen; de volgende dag |
| 2026-04-21 | otobüs | zelfstandig naamwoord | bus (openbaar vervoermiddel) |
| 2026-04-20 | telefon | zelfstandig naamwoord | telefoon; toestel om mee te bellen |
| 2026-04-19 | kapı | zelfstandig naamwoord | deur |
| 2026-04-18 | para | noun | geld; algemeen woord voor munten, biljetten of vermogen |
| 2026-04-17 | gitmek | werkwoord | gaan; vertrekken — zich naar een andere plaats verplaatsen |
| 2026-04-16 | mutfak | zelfstandig naamwoord | keuken; ruimte waar voedsel wordt bereid en vaak ook wordt gegeten |
| 2026-04-15 | ev | zelfstandig naamwoord | huis; woning; plaats waar iemand woont. |
Advertisement