Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
ConlangHub
Archive.doc

Zweeds Woord van de dag

Alle vorige woorden66 woorden


DatumWoordTypeBetekenis
2026-05-05lägenhetnounappartement; een woning in een meergezinsgebouw (huur of eigen)
2026-05-04pratawerkwoordspreken/praten; een gesprek voeren
2026-05-03ringaverbiemand bellen; telefoneren
2026-05-02lagaverbrepareren of klaarmaken (bijvoorbeeld eten bereiden)
2026-05-01försiktigadjectivevoorzichtig, oppassend; iemand die zorgvuldig handelt om gevaar of fouten te vermijden
2026-04-30tacktussenwerpselbedankt; woord om waardering of dankbaarheid uit te drukken
2026-04-29glömmaverbniet (meer) herinneren; per ongeluk iets achterlaten of niet meenemen; vergeten
2026-04-28nyfikenadjektivnieuwsgierig; iemand die informatie wil weten of iets wil onderzoeken
2026-04-27betalaverbbetalen; geld geven voor een product of dienst
2026-04-26köpaverbkopen; iets aanschaffen in ruil voor geld
2026-04-25hjälpaverbiemand ondersteunen of iets doen om iemand te helpen
2026-04-24skickawerkwoordsturen, verzenden (bijv. een pakket, brief of bericht)
2026-04-23tillbakabijwoordterug; geeft aan dat iemand of iets naar een vorige plaats of toestand terugkeert
2026-04-22förståverbbegrijpen; iets snappen of inzien
2026-04-21oftabijwoordvaak; met regelmatige frequentie
2026-04-20roligadjectivleuk, grappig of plezierig; iets dat vermaak of plezier geeft
2026-04-19väljaverbkiezen; een optie of persoon uit een groep selecteren
2026-04-18brukaverbgewoonlijk (iets) doen; gebruikt om een gewoonte of regelmatige handeling aan te geven
2026-04-17skyndaverbzich haasten; sneller doen
2026-04-16köraverbrijden, besturen (bijv. een auto); ook gebruiken in uitdrukkingen zoals 'köra igång' = beginnen

Advertisement

« Terug naar het woord van vandaag