Afrikaans Woord van de dag
huis
/HAYS/ • noun — 1 mrt, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: huis
Voorbeelden
- Ek woon in 'n groot huis.
(Ik woon in een groot huis.) - Haar huis is pragtig versier.
(Haar huis is prachtig versierd.) - Wil jy by my huis kom kuier?
(Wil je bij mijn huis komen zitten?)
Synoniemen
- woning
- thuis
Dit woord wordt vaak gebruikt om een fysieke structuur aan te duiden waar mensen wonen en leven.
Spel van vandaag: Flashcards — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-04-22 | binne | binnen; op of naar de binnenkant; ook: binnen (tij... |
| 2026-04-21 | bakkie | kleine vrachtwagen / pick-up; informeel ook: een k... |
| 2026-04-20 | verstaan | begrijpen; iets horen en de betekenis ervan begrij... |
| 2026-04-19 | eerlik | eerlijk; oprecht; niet liegend of bedrieglijk |
| 2026-04-18 | vergeet | niet meer (kunnen) herinneren; iets niet herinnere... |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!