Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
ConlangHub
afspraak.doc

Afrikaans Woord van de dag

afspraak

/AF-spraak/ • selfstandignaamwoord (noun) — 24 apr, 2026


Luister naar uitspraak
Oefenen

Betekenis: een afspraak, ontmoeting of afspraakstermijn (bijvoorbeeld bij de dokter of voor een vergadering)

Voorbeelden

  1. Ek het môre 'n afspraak by die tandarts.
    (Ik heb morgen een afspraak bij de tandarts.)
  2. Ons het 'n afspraak om twee-uur in die middag.
    (We hebben een afspraak om twee uur 's middags.)
  3. Kan ons 'n nuwe afspraak maak vir volgende week?
    (Kunnen we een nieuwe afspraak maken voor volgende week?)

Synoniemen

  • ontmoeting
  • byeenkoms
Word gebruik voor zowel formele als informele afspraken. Gangbare uitdrukkings: 'n afspraak maak (een afspraak maken), by die afspraak wees (op de afspraak aanwezig zijn) en 'afspraak kanselleer' (afspraak afzeggen). Uitspraak legt gewoonlijk klem op die eerste lettergreep (AF-spraak).

Spel van vandaag: FlashcardsNu Spelen


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-04-23toemaaksluiten; iets dichtdoen (bijvoorbeeld een deur, ra...
2026-04-22binnebinnen; op of naar de binnenkant; ook: binnen (tij...
2026-04-21bakkiekleine vrachtwagen / pick-up; informeel ook: een k...
2026-04-20verstaanbegrijpen; iets horen en de betekenis ervan begrij...
2026-04-19eerlikeerlijk; oprecht; niet liegend of bedrieglijk

Bekijk volledig archief

« 23 apr24 apr, 2026

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!