Afrikaans Woord van de dag
Alle vorige woorden — 51 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-03-30 | vakansie | noun | periode waarin je vrij bent van werk of school, vaak voor ontspanning of reizen |
| 2026-03-29 | teken | naamwoord | een symbool of afbeelding die iets vertegenwoordigt |
| 2026-03-28 | kleding | noun | het geheel van wat iemand aanheeft; in de mode gesproken als een verzamelnaam voor allerlei soorten kledingstukken. |
| 2026-03-27 | verjaardag | noun | de jaarlijkse herdenking van de geboortedatum van iemand |
| 2026-03-26 | luister | werkwoord | om te horen of aandagtig te wees op wat iemand sê |
| 2026-03-25 | gebied | substantief | een bepaald terrein of regio, vaak gebruikt om een specifieke zone of sector aan te duiden. |
| 2026-03-24 | werk | noun | de activiteit waarbij iemand zich inzet om geld te verdienen of een taak te volbrengen. |
| 2026-03-23 | kom | werkwoord | betekent 'komen' in het Nederlands |
| 2026-03-22 | boek | noun | Een boek is een verzameling van geschreven of gedrukte pagina's die samen een verhaal, informatie of kennis bevatten. |
| 2026-03-21 | geselskap | noun | de aanwezigheid van anderen, gezelligheid |
| 2026-03-20 | navoring | noun | onderzoekt, meestal om meer te leren of te begrijpen |
| 2026-03-19 | onderneming | noun | een bedrijf of activiteit die gericht is op het maken van winst |
| 2026-03-18 | vriendelik | adjective | vriendelijk, beleefd of aangenaam in gedrag |
| 2026-03-17 | tafel | noun | een meubelstuk met een vlakke bovenkant en poten dat gebruikt wordt om dingen op te plaatsen of aan te eten |
| 2026-03-16 | onderwijs | noun | onderwijs, instructie of opleiding |
| 2026-03-15 | klas | noun | een groep studenten die samen onderwijs krijgen of een uitspraak van een bepaalde les |
| 2026-03-14 | kos | noun | voedsel of maaltijd |
| 2026-03-13 | vriendin | zelfstandig naamwoord | Een vrouwelijke vriend. |
| 2026-03-12 | huisdier | noun | een dier dat in huis wordt gehouden als gezelschap of voor andere doeleinden |
| 2026-03-11 | stoel | noun | een meubelstuk om op te zitten |
Advertisement