Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
ConlangHub
Archive.doc

English Woord van de dag

Alle vorige woorden60 woorden


DatumWoordTypeBetekenis
2026-04-28contributeverbbijdragen aan; iets geven (zoals geld, tijd, ideeën of moeite) om een gemeenschappelijk doel of resultaat te ondersteunen
2026-04-27maintainverbiets in een bepaalde staat houden; blijven beweren of volhouden
2026-04-26decideverbeen keuze maken; tot een beslissing komen
2026-04-25assumeverbaannemen; ervan uitgaan dat iets waar is zonder definitief bewijs; ook: (een taak, rol of verantwoordelijkheid) op zich nemen
2026-04-24applyverb1) iets gebruiken of toepassen in een bepaalde situatie; 2) zich inschrijven of solliciteren voor een functie, programma of vergunning
2026-04-23recommendverbiemand iets aanraden; iets als een goede keuze of idee voorstellen
2026-04-22negotiateverbEen werkwoord: praten en afspraken maken om tot een akkoord of compromis te komen, bijvoorbeeld over prijs, voorwaarden of een oplossing voor een conflict.
2026-04-21complainverbklagen; uiten van ontevredenheid of bezwaar over iets of iemand
2026-04-20provideverbiemand iets geven, aanbieden of beschikbaar stellen; zorgen dat iets aanwezig is
2026-04-19resolveverbEen probleem of conflict oplossen; ook: met vastberadenheid besluiten iets te doen.
2026-04-18cancelverbIets annuleren of afzeggen; een afspraak, bestelling of gebeurtenis ongeldig maken zodat het niet doorgaat.
2026-04-17scheduleverbEen tijd en datum vastleggen voor een activiteit of gebeurtenis; iets plannen in een rooster of agenda.
2026-04-16deadlinenouneen uiterste datum of tijd waarop iets af moet zijn
2026-04-15attendverbaanwezig zijn bij iets; deelnemen aan een gebeurtenis, bijeenkomst of les
2026-04-14confirmverbBevestigen; aangeven dat iets juist is of doorgaat, bijvoorbeeld een afspraak, reservering of feit officieel goedkeuren of vaststellen.
2026-04-13mentionverb (also noun)kort iets of iemand noemen of ernaar verwijzen zonder veel details te geven
2026-04-12postponeverbuitstellen: een gebeurtenis, afspraak of deadline naar een later tijdstip verplaatsen
2026-04-11arrangeverbregelen, ordenen of plannen zodat iets op een bepaalde manier gebeurt of op een bepaalde plaats komt
2026-04-10improveverbverbeteren; iets beter maken of hoger in kwaliteit of conditie brengen
2026-04-09approveverbgoedkeuren; instemmen met iets of toestemming geven

Advertisement

« Terug naar het woord van vandaag