Finnish Woord van de dag
Alle vorige woorden — 53 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-04-22 | syödä | werkwoord | eten; voedsel in je lichaam opnemen (handelen: iets eten) |
| 2026-04-21 | matka | zelfstandig naamwoord | reis; verplaatsing van de ene plaats naar de andere |
| 2026-04-20 | nukkua | werkwoord | slapen; liggen te slapen |
| 2026-04-19 | odottaa | werkwoord | wachten; verblijven om op iemand of iets te wachten, ook: iets verwachten |
| 2026-04-18 | auttaa | werkwoord | helpen; iemand bijstaan of ondersteunen |
| 2026-04-17 | ystävä | zelfstandig naamwoord | vriend; iemand met wie je een persoonlijke band hebt |
| 2026-04-16 | koti | zelfstandig naamwoord | huis; thuis, de plaats waar je woont en je thuis voelt |
| 2026-04-15 | ravintola | noun | een eetgelegenheid waar je maaltijden kunt bestellen en ter plaatse kunt eten; een restaurant |
| 2026-04-14 | sää | zelfstandig naamwoord | weer (de meteorologische toestand: temperatuur, neerslag, wind) |
| 2026-04-13 | kahvi | zelfstandig naamwoord | koffie; een warme, cafeïnehoudende drank gemaakt van gebrande en gemalen koffiebonen. |
| 2026-04-12 | sänky | noun | meubel waarop je slaapt; bed |
| 2026-04-11 | kauppa | zelfstandig naamwoord (substantiivi) | winkel; ook 'handel' of 'transactie' in sommige contexten |
| 2026-04-10 | avain | zelfstandig naamwoord | sleutel; voorwerp dat een slot opent of figuurlijk: iets dat toegang of oplossing biedt |
| 2026-04-09 | laukku | zelfstandig naamwoord | tas; een zak of voorwerp om spullen in te dragen (bijv. handtas, schoudertas) |
| 2026-04-08 | puhelin | substantief (noun) | telefoon; het apparaat om te bellen en berichten te sturen |
| 2026-04-07 | kirja | noun | een boek |
| 2026-04-06 | auto | noun | een voertuig met vier wielen dat meestal door een motor wordt aangedreven |
| 2026-04-05 | kaupunki | noun | stad |
| 2026-04-04 | ruoka | noun | voedsel; alles wat gegeten wordt |
| 2026-04-03 | tieto | noun | informatie of kennis |
Advertisement