Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
ConlangHub
maison.doc

French Woord van de dag

maison

/mai-SON/ • noun — 20 mrt, 2026


Luister naar uitspraak
Oefenen

Betekenis: woning; het gebouw waarin iemand woont

Voorbeelden

  1. J'habite dans une grande maison.
    (Ik woon in een groot huis.)
  2. La maison est entourée d'un jardin.
    (Het huis is omringd door een tuin.)
  3. Nous allons vendre notre maison.
    (We gaan ons huis verkopen.)

Synoniemen

  • habitation
  • résidence
Het woord 'maison' wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar het huis waar iemand woont. Het kan ook een symbolische betekenis hebben in het liven van 'thuis'.

Spel van vandaag: FlashcardsNu Spelen


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-04-19partagerdelen (met anderen); iets geven of beschikbaar mak...
2026-04-18entrernaar binnen gaan; binnenkomen; binnengaan
2026-04-17savoirweten; kennis hebben van feiten of weten hoe iets ...
2026-04-16clésleutel; voorwerp om een slot te openen of te slui...
2026-04-15ordinateurElektronisch apparaat om te rekenen, schrijven, in...

Bekijk volledig archief

« 19 mrt20 mrt, 202621 mrt »

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!