Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
ConlangHub
rumah.doc

Indonesian Woord van de dag

rumah

/RU-mah/ • zelfstandig naamwoord — 23 apr, 2026


Luister naar uitspraak
Oefenen

Betekenis: huis; woning — de plaats waar iemand woont

Voorbeelden

  1. Saya pulang ke rumah.
    (Ik ga naar huis.)
  2. Rumah itu besar dan nyaman.
    (Dat huis is groot en comfortabel.)
  3. Kami sedang membersihkan rumah.
    (We zijn het huis aan het schoonmaken.)

Synoniemen

  • tempat tinggal
  • kediaman
Gebruik 'rumah' voor iemands woonplek. Vaak gecombineerd in samenstellingen zoals 'rumah sakit' (ziekenhuis) of 'rumah makan' (eetgelegenheid). Voor algemene gebouwen kun je ook 'gedung' gebruiken; 'rumah' benadrukt dat het een woonplek is. Bezitsvormen: 'rumah saya' = mijn huis, 'di rumah' = thuis.

Spel van vandaag: FlashcardsNu Spelen


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-04-22tutupsluiten (werkwoord); gesloten (bijvoeglijk naamwoo...
2026-04-21keluarnaar buiten gaan; een ruimte of positie verlaten
2026-04-20tungguwachten; even blijven op de plaats of wachten tot ...
2026-04-19belikopen; iets met geld verwerven of aanschaffen
2026-04-18bukaopenen; open (iets openmaken of aangeven dat iets ...

Bekijk volledig archief

« 22 apr23 apr, 2026

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!