Indonesian Woord van de dag
rumah
/RU-mah/ • zelfstandig naamwoord — 23 apr, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: huis; woning — de plaats waar iemand woont
Voorbeelden
- Saya pulang ke rumah.
(Ik ga naar huis.) - Rumah itu besar dan nyaman.
(Dat huis is groot en comfortabel.) - Kami sedang membersihkan rumah.
(We zijn het huis aan het schoonmaken.)
Synoniemen
- tempat tinggal
- kediaman
Gebruik 'rumah' voor iemands woonplek. Vaak gecombineerd in samenstellingen zoals 'rumah sakit' (ziekenhuis) of 'rumah makan' (eetgelegenheid). Voor algemene gebouwen kun je ook 'gedung' gebruiken; 'rumah' benadrukt dat het een woonplek is. Bezitsvormen: 'rumah saya' = mijn huis, 'di rumah' = thuis.
Spel van vandaag: Flashcards — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-04-22 | tutup | sluiten (werkwoord); gesloten (bijvoeglijk naamwoo... |
| 2026-04-21 | keluar | naar buiten gaan; een ruimte of positie verlaten |
| 2026-04-20 | tunggu | wachten; even blijven op de plaats of wachten tot ... |
| 2026-04-19 | beli | kopen; iets met geld verwerven of aanschaffen |
| 2026-04-18 | buka | openen; open (iets openmaken of aangeven dat iets ... |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
« 22 apr23 apr, 2026
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!