Norwegian Woord van de dag
hus
/HUS/ • zelfstandig naamwoord — 8 apr, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: huis; woning
Voorbeelden
- Jeg bor i et hus.
(Ik woon in een huis.) - Huset har en stor hage.
(Het huis heeft een grote tuin.) - Vi maler huset hvitt.
(Wij verven het huis wit.)
Synoniemen
- bolig
- hjem
Gebruik 'hus' voor een gebouw waar mensen wonen of voor huizen in het algemeen. 'Hus' is het onbepaalde enkelvoud; de bepaalde vorm is 'huset'. Voor formelere of bredere termen kun je 'bolig' gebruiken, en 'hjem' benadrukt het thuisgevoel.
Spel van vandaag: Spellenwedstrijd — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-04-19 | regn | regen; water dat uit de lucht valt |
| 2026-04-18 | hjelp | hulp, assistance; iets dat iemand ondersteunt of b... |
| 2026-04-17 | spise | eten (werkwoord): het nuttigen van voedsel |
| 2026-04-16 | åpne | openen; iets toegankelijk maken of iets openen, zo... |
| 2026-04-15 | lukke | sluiten; iets dichtmaken of beëindigen |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!