Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
ConlangHub
buss.doc

Norwegian Woord van de dag

buss

/BUSS/ • zelfstandig naamwoord — 14 apr, 2026


Luister naar uitspraak
Oefenen

Betekenis: bus (autobus); openbaar vervoermiddel over de weg

Voorbeelden

  1. Jeg tar bussen til jobben hver morgen.
    (Ik neem de bus naar mijn werk elke ochtend.)
  2. Når går neste buss til sentrum?
    (Wanneer vertrekt de volgende bus naar het centrum?)
  3. Bussen var forsinket på grunn av tåke.
    (De bus had vertraging vanwege mist.)

Synoniemen

  • rutebuss
  • lokalbuss
  • ekspressbuss
Gebruik 'buss' om een bus te benoemen in Noorwegen. Je hoort het vaak bij vragen over haltes, vertrek- en aankomsttijden. Vorming: bepaald enkelvoud 'bussen', meervoud 'busser', bepaald meervoud 'bussene'. Specifieke types worden aangeduid met woorden als 'rutebuss' of 'ekspressbuss'.

Spel van vandaag: WoordzoekerNu Spelen


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-04-19regnregen; water dat uit de lucht valt
2026-04-18hjelphulp, assistance; iets dat iemand ondersteunt of b...
2026-04-17spiseeten (werkwoord): het nuttigen van voedsel
2026-04-16åpneopenen; iets toegankelijk maken of iets openen, zo...
2026-04-15lukkesluiten; iets dichtmaken of beëindigen

Bekijk volledig archief

« 13 apr14 apr, 202615 apr »

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!