Skip to content
Library
Practice
Games
Media Center
Printables
Courses
Level Test
Chat
Conjugation
Word of the Day
Writing Practice
ConlangHub
Blog.txt
Talk to Us
Conjugation.xlsx

Conjugation of vergaderen in Dutch

vergaderento meet; to hold a meetingregular

Tegenwoordige Tijdpresent

Actions happening now or habitually.

Tegenwoordige Tijd of vergaderen
PersonConjugation
ikvergader
jij/jevergadert
hij/zij/hetvergadert
wij/wevergaderen
jullievergaderen
zij/zevergaderen

Common mistakes in the Tegenwoordige Tijd

  • jij/jejij vergaderenvergadertIn the present tense, 'jij' takes -t: 'jij vergadert'.
  • hij/zij/hethij vergadervergadertThird person singular also takes -t: 'hij vergadert'.

Verleden Tijdsimple past

Completed actions in the past.

Verleden Tijd of vergaderen
PersonConjugation
ikvergaderde
jij/jevergaderde
hij/zij/hetvergaderde
wij/wevergaderden
jullievergaderden
zij/zevergaderden

Voltooid Tegenwoordige Tijdpresent perfect

Past actions with a bearing on the present.

Voltooid Tegenwoordige Tijd of vergaderen
PersonConjugation
ikheb vergaderd
jij/jehebt vergaderd
hij/zij/hetheeft vergaderd
wij/wehebben vergaderd
julliehebben vergaderd
zij/zehebben vergaderd

Common mistakes in the Voltooid Tegenwoordige Tijd

  • ikik ben vergaderdheb vergaderdUse 'hebben' here; 'vergaderen' is not a motion/change-of-state verb.
  • jij/jejij hebt vergaderenhebt vergaderdThe past participle is 'vergaderd': 'jij hebt vergaderd'.

Toekomende Tijdfuture

Actions that will happen.

Toekomende Tijd of vergaderen
PersonConjugation
ikzal vergaderen
jij/jezult vergaderen
hij/zij/hetzal vergaderen
wij/wezullen vergaderen
julliezullen vergaderen
zij/zezullen vergaderen

Common mistakes in the Toekomende Tijd

  • ikik ga vergaderenzal vergaderenThat is a different future construction. The simple future is 'ik zal vergaderen'.

vergaderen — frequently asked questions

Is vergaderen a regular verb?
Yes — vergaderen is a regular Dutch verb, so it follows the standard endings for its group.
What does vergaderen mean?
vergaderen is a Dutch verb meaning "to meet; to hold a meeting".