Skip to content
Biblioteca
Practicar
Juegos
Media Center
Imprimibles
Cursos
Test de nivel
Chat
Conjugación
Palabra del Día
Práctica de escritura
ConlangHub
Blog.txt
Contáctanos
Conjugación.xlsx

Conjugación de aandoen en Neerlandés

aandoenponerse, llevar puestoirregular

Tegenwoordige Tijdpresente

Acciones que ocurren ahora o habitualmente.

Tegenwoordige Tijd de aandoen
PersonaConjugación
ikdoe aan
jij/jedoet aan
hij/zij/hetdoet aan
wij/wedoen aan
julliedoen aan
zij/zedoen aan

Verleden Tijdpretérito

Acciones terminadas en el pasado.

Verleden Tijd de aandoen
PersonaConjugación
ikdeed aan
jij/jedeed aan
hij/zij/hetdeed aan
wij/wededen aan
julliededen aan
zij/zededen aan

Voltooid Tegenwoordige Tijdpretérito perfecto

Acciones pasadas con relación con el presente.

Voltooid Tegenwoordige Tijd de aandoen
PersonaConjugación
ikheb aangedaan
jij/jehebt aangedaan
hij/zij/hetheeft aangedaan
wij/wehebben aangedaan
julliehebben aangedaan
zij/zehebben aangedaan

Toekomende Tijdfuturo

Acciones que van a ocurrir.

Toekomende Tijd de aandoen
PersonaConjugación
ikzal aandoen
jij/jezult aandoen
hij/zij/hetzal aandoen
wij/wezullen aandoen
julliezullen aandoen
zij/zezullen aandoen

aandoen — preguntas frecuentes

¿aandoen es un verbo regular?
No: aandoen es un verbo irregular en Neerlandés, por lo que algunas formas no siguen las terminaciones estándar.
¿Qué significa aandoen?
aandoen es un verbo en Neerlandés que significa «ponerse, llevar puesto».