Skip to content
Bibliothèque
Entraînement
Jeux
Media Center
Imprimables
Cours
Test de niveau
Chat
Conjugaison
Mot du Jour
Pratique de l’écriture
ConlangHub
Blog.txt
Contactez-nous
Conjugaison.xlsx

Conjugaison de afspelen en Néerlandais

afspelenlire; diffuser; rejouerirrégulier

Tegenwoordige Tijdprésent

Actions en cours ou habituelles.

Tegenwoordige Tijd de afspelen
PersonneConjugaison
ikspeel af
jij/jespeelt af
hij/zij/hetspeelt af
wij/wespelen af
julliespelen af
zij/zespelen af

Verleden Tijdpassé simple

Actions achevées dans le passé.

Verleden Tijd de afspelen
PersonneConjugaison
ikspeelde af
jij/jespeelde af
hij/zij/hetspeelde af
wij/wespeelden af
julliespeelden af
zij/zespeelden af

Voltooid Tegenwoordige Tijdpassé composé

Actions passées ayant un lien avec le présent.

Voltooid Tegenwoordige Tijd de afspelen
PersonneConjugaison
ikheb afgespeeld
jij/jehebt afgespeeld
hij/zij/hetheeft afgespeeld
wij/wehebben afgespeeld
julliehebben afgespeeld
zij/zehebben afgespeeld

Toekomende Tijdfutur

Actions qui auront lieu.

Toekomende Tijd de afspelen
PersonneConjugaison
ikzal afspelen
jij/jezult afspelen
hij/zij/hetzal afspelen
wij/wezullen afspelen
julliezullen afspelen
zij/zezullen afspelen

afspelen — questions fréquentes

afspelen est-il un verbe régulier ?
Non — afspelen est un verbe irrégulier en Néerlandais : certaines formes ne suivent pas les terminaisons habituelles.
Que signifie afspelen ?
afspelen est un verbe en Néerlandais qui signifie « lire; diffuser; rejouer ».