Skip to content
Bibliothèque
Entraînement
Jeux
Media Center
Imprimables
Cours
Test de niveau
Chat
Conjugaison
Mot du Jour
Pratique de l’écriture
ConlangHub
Blog.txt
Contactez-nous
Conjugaison.xlsx

Conjugaison de ontbreken en Néerlandais

ontbrekenmanquer; faire défautirrégulier

Tegenwoordige Tijdprésent

Actions en cours ou habituelles.

Tegenwoordige Tijd de ontbreken
PersonneConjugaison
ikontbreek
jij/jeontbreekt
hij/zij/hetontbreekt
wij/weontbreken
jullieontbreken
zij/zeontbreken

Verleden Tijdpassé simple

Actions achevées dans le passé.

Verleden Tijd de ontbreken
PersonneConjugaison
ikontbrak
jij/jeontbrak
hij/zij/hetontbrak
wij/weontbraken
jullieontbraken
zij/zeontbraken

Voltooid Tegenwoordige Tijdpassé composé

Actions passées ayant un lien avec le présent.

Voltooid Tegenwoordige Tijd de ontbreken
PersonneConjugaison
ikheb ontbroken
jij/jehebt ontbroken
hij/zij/hetheeft ontbroken
wij/wehebben ontbroken
julliehebben ontbroken
zij/zehebben ontbroken

Toekomende Tijdfutur

Actions qui auront lieu.

Toekomende Tijd de ontbreken
PersonneConjugaison
ikzal ontbreken
jij/jezult ontbreken
hij/zij/hetzal ontbreken
wij/wezullen ontbreken
julliezullen ontbreken
zij/zezullen ontbreken

ontbreken — questions fréquentes

ontbreken est-il un verbe régulier ?
Non — ontbreken est un verbe irrégulier en Néerlandais : certaines formes ne suivent pas les terminaisons habituelles.
Que signifie ontbreken ?
ontbreken est un verbe en Néerlandais qui signifie « manquer; faire défaut ».