Fins werkwoordvervoeging — Oefening
Nu oefenen
Spring er direct in — wij kiezen het beste werkwoord op basis van je voortgang
Linguarudos tip
Het ontkennende werkwoord "ei" wordt in het Fins vervoegd naar persoon, terwijl het hoofdwerkwoord een speciale connegatiefvorm krijgt.
Alle 126 werkwoorden (Fins)
- aikoa — van plan zijn
- ajaa — rijden
- ajatella — denken
- alkaa — beginnen
- aloittaa — beginnen, starten
- antaa — geven
- asioida — zich bezighouden met, regelen, afhandelen
- asua — wonen
- auttaa — helpen
- avata — openen
- etsiä — zoeken
- haluta — willen
- harjoitella — oefenen; trainen
- helpottaa — verlichten, vergemakkelijken
- herätä — wakker worden
- huolehtia — zorgen voor; zich bekommeren om; zich zorgen maken
- huomata — opmerken, constateren
- hymyillä — glimlachen
- hypätä — springen
- istua — zitten
- jatkaa — doorgaan; voortzetten
- joutua — terechtkomen; gedwongen worden te; moeten
- juoda — drinken
- juosta — rennen
- jutella — kletsen; praten
- jäädä — blijven
- kadota — verdwijnen
- kaivaa — graven
- kantaa — dragen, vervoeren
- katsoa — kijken naar, bekijken
- keittää — koken, koken in water
- kertoa — vertellen, verhalen
- kirjoittaa — schrijven
- kohdata — ontmoeten; tegenkomen
- kulkea — zich verplaatsen, reizen, voorbijgaan
- kurkistaa — gluren, een kijkje nemen
- kuulostaa — klinken
- kuulua — toebehoren, hoorbaar zijn, inbegrepen zijn
- kuunnella — luisteren
- kysyä — vragen
- kävellä — lopen
- käydä — gaan, bezoeken, even langskomen
- käyttää — gebruiken
- laittaa — zetten; plaatsen
- loppua — eindigen, ophouden, opraken
- lukea — lezen
- lukita — vergrendelen
- luottaa — vertrouwen op
- lähettää — versturen
- lähteä — vertrekken, weggaan
- löytyä — gevonden worden; zich bevinden
- löytää — vinden
- maistaa — proeven
- maksaa — betalen
- matkustaa — reizen
- mennä — gaan
- muistaa — zich herinneren
- muuttaa — verhuizen; veranderen
- myöhästyä — te laat komen
- nauraa — lachen
- nauttia — genieten van
- neuvoa — adviseren, raad geven
- nostaa — optillen, opheffen
- noutaa — halen, ophalen
- nukkua — slapen
- nähdä — zien
- näyttää — tonen
- odottaa — wachten
- onnistua — slagen, succesvol zijn
- opettaa — onderwijzen
- opiskella — studeren
- oppia — leren
- ostaa — kopen
- ottaa — nemen
- perua — annuleren; herroepen; intrekken
- peruuttaa — annuleren, achteruitrijden
- pidä — vasthouden, houden
- pitää — houden; leuk vinden; moeten
- puhua — spreken
- pyytää — vragen om, verzoeken
- rakastaa — liefhebben
- rentoutua — zich ontspannen
- saa — krijgen; ontvangen; mogen hebben
- saada — krijgen, ontvangen
- saattaa — veroorzaken, mogelijk maken
- sanoa — zeggen
- sanoa — zeggen
- sataa — regenen
- selata — doorbladeren, rondkijken
- selittää — uitleggen
- sijaita — zich bevinden, gelegen zijn
- soittaa — bellen; spelen (een instrument)
- sopia — akkoord gaan; passen; een afspraak maken
- sulkea — sluiten
- suosia — begunstigen; steunen
- syödä — eten
- säästää — sparen, besparen
- tarjota — aanbieden
- tarkistaa — controleren / nakijken
- tarkoittaa — betekenen; bedoelen
- tarvita — nodig hebben
- tarvitse — nodig hebben; behoeven
- tarvitsen — nodig hebben, behoeven
- tavata — ontmoeten
- tehdä — doen; maken
- tietää — weten
- tilata — bestellen
- toivoa — hopen, wensen
- tulla — komen
- tykkää — leuk vinden
- tykätä — leuk vinden
- törmätä — botsen met, tegenaan lopen, op iemand stuiten
- unohtaa — vergeten
- vaihtaa — veranderen, ruilen
- vaikuttaa — beïnvloeden; invloed uitoefenen op
- vaivata — lastigvallen, hinderen, vervelen
- valita — kiezen
- varata — reserveren, boeken
- vastata — antwoorden
- viihtyä — zich op zijn gemak voelen, gedijen
- voida — kunnen
- vähentää — verminderen, verlagen
- välttää — vermijden
- yllättää — verrassen
- ymmärtää — begrijpen
- yrittää — proberen, trachten
Over Fins-vervoeging
Finse werkwoordvervoeging
Finse werkwoorden zijn ingedeeld in zes typen op basis van hun infinitiefuitgangen en stamgedrag. Het werkwoordtype bepaalt hoe de stam verandert voordat persoonsuitgangen worden toegevoegd, en consonantgradatie — de afwisseling tussen "sterke" en "zwakke" consonantgraden — voegt een extra laag complexiteit toe.
De zes typen: Type 1 (-aa/-ää), Type 2 (-da/-dä), Type 3 (-la/-na/-ra/-sta), Type 4 (-ata/-ätä), Type 5 (-ita/-itä) en Type 6 (-eta/-etä). Elk type heeft zijn eigen regels voor stamvorming.
Consonantgradatie: Medeklinkerparen zoals pp/p, tt/t, kk/k wisselen af tussen sterke en zwakke vormen afhankelijk van de lettergreepstructuur. Dit beïnvloedt werkwoordstammen in alle tijden en is de grootste uitdaging bij Finse vervoeging.