Galicisch werkwoordvervoeging — Oefening
Nu oefenen
Spring er direct in — wij kiezen het beste werkwoord op basis van je voortgang
Linguarudos tip
De drie Galicische werkwoordgroepen (-ar, -er, -ir) volgen voorspelbare patronen, waarbij -ar de meest regelmatige is.
Alle 123 werkwoorden (Galicisch)
- abrir — openen
- acadar — bereiken; verkrijgen
- acender — aansteken / inschakelen
- acender — aansteken; aanzetten
- achegar — naderen; brengen; bijdragen
- acoller — ontvangen; verwelkomen
- acougar — kalmeren, tot rust brengen
- adestrar — trainen
- agardar — wachten
- agasallar — cadeau geven, schenken
- agradecer — danken
- alimentar — voeden
- amencer — aanbreken (van de dag); dageren
- andar — lopen; gaan; rondlopen
- apetecer — zin hebben in; verlangen naar; lusten
- aplaudir — applaudisseren
- aplicar — toepassen
- aprender — leren
- apresar — arresteren, vasthouden
- aproveitar — benutten, profiteren van
- asinar — ondertekenen
- aumentar — vergroten, verhogen, toenemen
- axudar — helpen
- beber — drinken
- buscar — zoeken; gaan halen
- caer — vallen
- camiñar — lopen
- camiñar — lopen
- cantar — zingen
- chamar — roepen
- chegar — aankomen; bereiken
- chover — regenen
- cociñar — koken
- coidar — zorgen voor, verzorgen
- comer — eten
- comezar — beginnen
- comprar — kopen
- contar — tellen; vertellen
- correr — rennen
- coñecer — kennen
- deber — moeten; verschuldigd zijn
- deixar — laten, achterlaten, toestaan
- descansar — rusten
- desfrutar — genieten van
- dormir — slapen
- durmir — slapen
- educar — opvoeden
- encaixar — passen, inpassen, invoegen
- encantar — betoveren; verrukken; bevallen
- encher — vullen
- entender — begrijpen
- entrar — binnenkomen
- enviar — sturen
- enxergar — waarnemen; zien; opmerken
- escoitar — luisteren
- escoller — kiezen
- escribir — schrijven
- esperar — wachten
- esquecer — vergeten
- estar — zijn, zich bevinden
- estudar — studeren
- facer — doen, maken
- falar — spreken
- ferver — koken
- ficar — blijven
- fregar — boenen; afwassen
- gardar — bewaren, opslaan
- gostar — leuk vinden
- gustar — leuk vinden / bevallen
- ir — gaan
- lavar — wassen
- lembrar — zich herinneren, zich voor de geest halen
- lembrar — zich herinneren
- ler — lezen
- levantar — optillen; opheffen
- levar — dragen, meenemen, brengen
- limpar — schoonmaken
- loitar — vechten
- madrugar — vroeg opstaan
- marchar — vertrekken, weggaan
- marear — duizelig maken; misselijk maken; verwarren
- mellorar — verbeteren
- mencer — verslaan; overwinnen
- mercar — kopen
- merendar — een tussendoortje nemen
- mirar — kijken (naar)
- mollar — nat maken, bevochtigen
- mudar — veranderen; verhuizen
- necesitar — nodig hebben, vereisen
- pagar — betalen
- parar — stoppen
- pasear — wandelen
- pechar — sluiten
- pedir — vragen; verzoeken
- pensar — denken
- perder — verliezen
- perdoar — vergeven
- poder — kunnen
- poñer — zetten/leggen/plaatsen
- preguntar — vragen
- quedar — blijven; overblijven
- quedar — blijven, overblijven, afspreken
- quentar — verwarmen, verhitten
- querer — willen, houden van
- saber — weten
- sair — uitgaan, vertrekken, naar buiten gaan
- saír — uitgaand
- saír — naar buiten gaan, weggaan
- seguir — volgen, doorgaan
- semella — lijken, schijnen
- sentarse — gaan zitten
- sentir — voelen, waarnemen
- sorrir — glimlachen
- subir — omhoog gaan; klimmen
- temer — vrezen, bang zijn voor
- tolerar — tolereren
- traballar — werken
- ver — zien
- viaxar — reizen
- voltar — terugkeren
- xantar — lunchen
- xogar — spelen
- xurdir — tevoorschijn komen; ontstaan
Over Galicisch-vervoeging
Galicische werkwoordvervoeging
Galicische werkwoorden volgen drie vervoegingspatronen (-ar, -er, -ir) met wortels stevig in het Vulgair Latijn. De taal deelt veel van haar werkwoordmorfologie met het Portugees, waarvan het historisch is afgeweken, waardoor wederzijds begrip tussen de twee relatief eenvoudig is.
Persoonlijke infinitief: Net als het Portugees bezit het Galicisch de persoonlijke infinitief (infinitivo conxugado) — een infinitiefvorm die persoonsuitgangen krijgt. Dit maakt constructies mogelijk zoals "Para nós sabermos" (Opdat wij zouden weten) die andere Romaanse talen met bijzinnen moeten uitdrukken.
Bewaarde Latijnse kenmerken: Het Galicisch behoudt het synthetische plusquamperfectum indicatief rechtstreeks uit het Latijn, een tijdvorm die in de meeste andere Romaanse talen verloren is gegaan, behalve het Portugees. Dit geeft het Galicisch een rijke set enkelvoudige (niet-samengestelde) tijden.